Kortsluiting

Deze blog is mijn eerste poging om opnieuw te schrijven. En m’n vat met woorden weer te vullen. Want ik was het voor een hele tijd allemaal even kwijt.

Ik was 24 jaar. Intussen 25. En ik werkte nog maar enkele maandjes bij een nieuw bedrijf. Levendig, uitdagend, leer- en ontplooiingsmogelijkheden. Alles wat ik toen wou. En plots was mijn energie op. Mijn batterij leeg. Mijn kaars uit.

Thuiswerken zorgde voor chaos in mijn hoofd. Mij naar kantoor verplaatsen zorgde voor teveel prikkels. Ik ging op automatische piloot. Loodste me door de dag, met de nodige rolletjes druivensuiker op m’n bureau. Tranen stroomden over m’n wangen in de auto. De eerste paniekaanval kreeg ik toen ik weer naar huis reed. “Gewoon doorrijden,” dacht ik toen. Maar ook thuis kwam ik niet meer tot rust.

Gefrustreerd, geïrriteerd, overprikkeld. Iedere vraag was die ene vraag teveel. De simpelste dingen brachten me volledig van slag. De kat die een keertje teveel miauwde, mijn telefoon die afging, het gele envelopje dat aantoonde dat er een nieuwe mail was. Tijdens vergaderingen hoorde ik nog maar de helft van wat er verteld werd. Ik zag het niet meer, ik had geen structuur en geen houvast voor mezelf. Mijn lichaam voelde aan alsof het voortdurend beefde.

En toen kwam de crash. De kortsluiting in m’n hoofd. Er bleef maar weinig over van die vrolijke, spring-in’t-veld, gemotiveerde en leergierige ik. Sessies bij mijn psycholoog en uiteindelijk een gesprek bij mijn huisarts gaven het verdict: burn-out. Met hier en daar een teken van een depressie.

Daar moet je dan 24 voor zijn. Om al opgebrand te zijn. Ik deed alles wat me verteld werd om te doen. Wandelen, zwemmen, helpen in het huishouden. Bezig zijn. En nog geen maand later kwam ook dat mij duur te staan. In maart ging het plots nog slechter.

De paniekaanvallen volgden elkaar in sneltempo op. Zonder dat daar altijd een aanleiding voor was. Ik sliep soms 14 uur per nacht. Om daarna ook overdag opnieuw m’n bed in te kruipen. Mijn eetlust verdween. De uren tussendoor werden opgevuld door tranen. Om God weet welke reden. Ik voelde me gewoon écht rotslecht. En zwak.

Intussen is het april. En dankzij de medicatie voel ik me toch al een beetje beter. Ik tuimel nog steeds van de ene paniekaanval in de andere. Ik vergeet snel en veel. Slaap ontzettend slecht. Voel me nog steeds moe en leeg. Maar, ik vind steeds vaker de energie om toch iets te doen.

Ik kan en durf weer lachen. Stilaan komt ook die spraakwaterval weer op gang. Het is nog steeds doseren en zoeken naar wat ik wel en niet kan. Boeken verslinden gaat intussen (meestal) wel weer volop, maar bij andere activiteiten schreeuwt mijn lijf vaak nog ‘neen, stop’.

Structuur blijkt belangrijk te zijn. Dus zorgde ik voor een ochtendroutine die ik zo goed als elke dag doorwandel. Ook ’s avonds lukt dat aardig. GSM uit op een vast tijdstip. En sinds enkele dagen koppel ik er ook een stukje meditatie aan vast (geen zweverige toestanden, maar ademhalingsoefeningen).

Ik geraak er wel. Stap voor stap, maar vooral op mijn eigen tempo. En binnenkort sta ik er weer!


Ik wil ook graag benadrukken dat mijn werkplek zeker niet de enige verantwoordelijkheid draagt. Maar dat het heel wat factoren samen zijn geweest.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.